Gedicht van de maand juni

Zacht van toon

God heeft het ons, 
van oorsprong, in de mond gelegd.
De zuiverste melodie,
een heerlijke samenzang.  
Maar het is geworden tot, 
een ieder voor zich. 
Een luide kakofonie. 

Wie hoort hen nog, 
in dit aardse lied.
Waar de valse noot, 
de boventoon heeft. 
Het verstomd het geluid van dat kind. 
De mens, zonder stem.
Hen die vol zijn van verdriet.

Koester ze toch, 
de milde stem,
die zachte toon.
Waardoor we elkaar weer verstaan
Gehoord wordt, elke stem, 
door een liefelijk lied,
zonder haat of hoon.

Totdat het eens zal zijn.
Daar juicht een toon,
de klank van een hemelse stem.
Er geen valse noot,
meer klinken zal.
Geen stem verloren gaat.
In het nieuwe Jeruzalem



 
terug