Maandgedicht juni

Friet van Piet

Of ze een naam hadden, misschien niet. 
Maar stevig verankerd zaten ze daar, 
2 duffe witte duiven.
Op een betonnen platje, vol witte stront.
Boven, “Friet van Piet”

Dit is pas leven wordt er getweet.
Een lifestyle, niet meer dan een duik,
naar de afvalbak met friet. 
De klodders mayo en vele resten curry
All you can eat. 

Ach, jij arme hoogvlieger, dat je het niet ziet. 
De paradijselijke bossen om de hoek.
Met zijn vele zaden en beukennootjes.
Maar vast gelast zit aan je plakje, 
boven “friet van Piet”. 

Zo'n bos bestaat helemaal niet hoor,
werd door een duif gekoerd.
Wij laten ons niets wijsmaken. 
Hier zijn we veilig, hier zijn we vrij. 
De rest bevestigden dit in koor. 

Dit was van onze voorouders en nu zitten wij hier. 
Mussen, merels en andere zwarte profiteurs, 
hebben we verdreven. 
Nieuwe gelukzoekers, mee-eters en mee-genieters
jagen we weg met zijn allen.
Ze vormen een bedreiging voor ons plezier.

O ja er komt wel eens iemand in onze woning,
met verhalen over een prachtig park.
Maar daar geloven wij niet in
Fantasie van duffe duiven
Ze zien ze vliegen, zijn de weg kwijt
Pure onzin zo’n park van melk en honing. 

Maar, nou ja, hoe is ons eigen stekje.
De menselijke werkelijkheid.
Ook niet vaak zo plat zoals dit plakje.
Ver van een prachtig vruchtrijk park.
Levend boven “Friet van Piet”
Afgeschermd en afgezonderd als “ons” veilig plekje.


Naar aanleiding van een anekdote van ds. Wouda uit de
preek van 3-5-2026

 
terug
×