Maandgedicht juli

Woorden van Opa
1
Ik wil in deze vakantietijd, 
U om een zegen vragen Heer. 
Nee hoor, niet voor mijzelf. 
Want mijn reis, is vast niet heel lang meer. 
De wandelschoenen, ze staan al jaren in de kast. 
Mijn mooie caravan heb ik al lang geleden verkocht. 
Wat ik alleen nodig heb om verder te gaan,
is Uw trouwe hand, als houvast. 

2
Ik vraag het voor de kinderen en kleinkinderen Heer. 
Ze zijn allang de deur uit. 
Maar voor hun vakantiewegen,
bid ik deze keer. 
Ja ik weet het, ze hebben navigatie mee.
Zelfhulplectuur, handleiding voor maakbaar geluk.
De bagage lijkt compleet.
Maar een vakantie Bijbelboekje? 
daarvan hebben ze geen weet. 

3
O ja, dan heb ik nog iets Heer. 
Mensen wie ik goede wegen toe wil bidden. 
Veel kerkleden en dorpsbewoners zijn er even niet meer.
Met onbekende vakantiebestemming vertrokken.
De brievenbus, ach, een vakantiegroet zit er niet meer in.
Ja, op social media komt je alles aan de weet.
Maar dat is niet mijn ding.

4
Als ik dan toch bezig ben Heer.
Weet u, er zijn Oekraïners in het dorp komen wonen. 
Een eigen thuisland hebben ze niet meer.
Sommigen zien ze liever gaan dan komen. 
Maar het is hier geen, op vakantie zijn,
Vol zorg over kinderen en familie, die angst en verdriet
Ze dromen van vrede, mag ik vragen,
dat U daarin voorziet.

5
Tot slot nog een ding Heer. 
Dank, dat U de reis met ons vol weet te houden.
Ons steeds weer nieuwe wegen geeft,
keer op keer.
Niet er even tussenuit knijpt.
Met onbekende vakantiebestemming vertrekt,
zonder een adres achter te laten,
U geeft ons Uw eigen woorden mee, ”ik zal jullie nooit verlaten”,
Als reisverzekering met de garantie dat we,
in Jezus naam,
nooit door U in de steek worden gelaten.

Amen

 
terug
×