Maandverhaal maart


..... de gelegenheid bood om zelf een eenvoudig voorwerp te maken. 
Een meisje van een jaar of tien, die samen met haar moeder de stand bezochten, leek het wel leuk toe om dit te gaan proberen. 
In een 10tal woorden werd uitgelegd wat de bedoeling was, en vol enthousiasme begon ze er mee. 
Eerst moest op een dun stukje metaal de vorm geschetst worden.
Daarna volgden nog diverse andere stappen, zoals de contouren uitknippen, buigen, met een hamer bewerken, kleine nerfjes erin slaan e.d.
Terwijl het meisje druk bezig was met het vormgeven, kreeg ze veel vrijheid om haar eigen voorkeuren erin te leggen.
Er lag een mooi voorbeeld welke als model diende, maar er werd verteld dat, wanneer haar werkstuk niet volledig overeenkomstig is, het nog steeds heel mooi kan zijn. 
Iets breder, langer, meer of minder deukjes zouden het heus niet ontsieren.
De begeleider bleef op een kleine afstand staan en liet haar dus zoveel mogelijk de vrije hand. 
Maar hij wist natuurlijk dat het materiaal scherp was, verkeerd gerichte hamerslagen pijnlijk konden zijn en als hij niet oppaste, er misschien ook weinig herkenbaars overbleef van wat voor ogen stond. 
Dus zonder dat zij er echt erg in had, stuurde hij haar hand een beetje, gaf af en toe ongemerkt een klein corrigerend duwtje in de goede richting en hield vast wanneer het niet helemaal goed leek te gaan.
Tussendoor, gaf hij, met een bijna onhoorbare stem, instructies.  
Dit alles om toch een goed eindresultaat te krijgen. 
Toen het werkstuk klaar was, had ze iets in handen waar ze zo trots als een pauw op kon zijn.
Dit had ze zelf gemaakt en liet het, met een stralend blij gezicht, aan haar moeder zien.
Het was haar werkstuk, gemaakt met haar talenten.
Ze had eraan gewerkt alsof het een levenswerk was.

Is dit misschien zoals God met zijn Geest in ons leven aan het werk wil zijn?
Als een meester die zijn vak als de beste verstaat.
Die op afstand lijkt te staan, maar in werkelijkheid heel dichtbij is.
Instructies geeft, niet met donderslagen, maar met een stem als van het ruisen van de wind.
De weg wijst door, onopgemerkt, ons richting te geven.  
Die ons weleens laat ploeteren met de talenten, omdat we te eigenwijs zijn, denken alles zelf te kunnen of willen doen. 
Maar God grijpt ons graag bij de handen, want Hij weet van de scherpe randen van het bestaan, ziet de misse slagen in het leven, hoe ons creëren vaak haaks staat op wat hem voor ogen staat. 
Hij wil niets liever dan dat wij, met een stralend blij gezicht, terug kunnen zien op dat wat uit onze handen komt. 

Dit meisje kunnen we allemaal zijn.

 
terug
×